De personages praten niet als echte mensen – deel 1

Gastblog Leonardo Pisano

Ter gelegenheid van de dialoogschrijfwedstrijd Pennen met Mosterd die uitgeverij Ambilicious organiseert in samenwerking met Leonardo Pisano bespreekt Leonardo als gastblogger de meest voorkomende kritiekpunten en tekortkomingen, en tips en trucs om die te verhelpen in een serie van acht blogs. De blogs verschijnen bij toerbeurt op een andere schrijverssite. Op http://www.schrijflantaarn.nl verscheen in juli reeds een interview met Leonardo en Inanna van de Berg van uitg. Ambilicious.
Confrontaal bijt de spits af met De personages praten niet als echte mensen – deel 1.


Confrontaal zit niet alleen in de jury van deze wedstrijd, maar biedt ook een leuke prijs: de minicursus Personages!


De belangrijkste sta-in-de-weg voor realistische dialogen is dat schrijftaal netter en formeler is dan spreektaal. Veel schrijvers vinden correct taalgebruik belangrijk en verfoeien onafgemaakte zinnen, grammaticaal onjuiste constructies en gebruik van vulgarismen. Je zult over je schaduw heen moeten springen, je interne criticus de mond moeten snoeren.

  • Luisteren naar hoe mensen praten is de sleutel. Ga met een notitieblok de straat op of neem gesprekken op met je smartphone. Luister naar de mensen om je heen, je vrienden, je collega’s, je familie, vreemden in de bus, mensen die je niet mag, in de supermarkt, wat dan ook. Luister naar hoe je zelf praat. Luister naar kinderen, ouderen en tieners. Luister naar mensen uit een ander sociaal milieu, naar mensen die een andere etnische achtergrond hebben en naar mensen die geboren en getogen zijn in een bepaalde stad of regio. Luister naar de manier waarop mensen met elkaar praten: mensen die elkaar niet kennen, mensen die sterk bevriend zijn, volwassenen met kinderen, etc. Noteer wat je kunt en schrijf uit wat je hebt opgeschreven of genomen. Door losse aantekeningen of opgenomen fragmenten uit te schrijven ontwikkel je een gevoel voor ritme, intonatie en stemverbuigingen, cadans, tempo en rustmomenten, vocabulaire, zinsbouw en grammatica van realistische gesprekken.
  • Dialogen voor filmscripts zijn gewoonlijk goed doordacht en sterk. Het verdient zeker aanbeveling filmscripts te lezen en te analyseren, maar probeer niet de geesteskinderen van andere schrijvers te kopiëren. Het grootste nadeel is dat deze dialogen door beelden en lichaamstaal worden ondersteund, en juist dat is de handicap bij het schrijven van dialogen in fictieverhalen. Luister daarom naar verhalen met dialogen op de radio.
  • Lees dialogen uit verhalen die je mooi vindt hardop. Net als met uitschrijven van notities helpt de fysieke arbeid je intuïtie te trainen voor wat werkt en wat niet.
  • Analyseer en vergelijk gesproken teksten die je aanspreken. Een verrassend woord, een originele zin, een onverwachtse reactie. Ga na, waarom het zijn truc doet. Bedenk hoe jij het zou hebben gezegd en vergelijk de twee varianten.
  • Als je iets hoort dat met emotie is omfloerst – mededogen, angst, haat, jaloezie, woede, tederheid, etc –, ga dan na hoe dezelfde woorden anders zouden klinken of overkomen als ze zouden worden uitgesproken zonder die emotie.

Doe mee met Pennen met Mosterd! Voor reglement, prijzen en overige details over de wedstrijd: zie http://www.ambilicious.nl/pennenmetmosterd. Volg Leonardo’s blogs om je dialogen nóg beter te maken. De volgende blog van Leonardo, De personages praten niet als echte mensen – deel 2, zal verschijnen in week 35 op https://www.nelgoudriaan.com/

Advertenties

Gastblog Frits Bosch

Praktijk van een bevlogen psycholoog is de titel die schrijfster Stella Braam voor mijn boek had bedacht. Begin jaren tachtig ben ik gestart met een eerstelijnspraktijk en heb daarna in zesendertig jaar rond de vierduizend mensen met psychische problemen begeleid. Nadat ik ben gestopt, tuurde ik in mijn archiefruimte met stapels cliëntendossiers, krantenknipsels, artikelen, interviews, dozen met foto’s, brieven en schoolrapporten. Op dat moment kwamen mijn eerste gedachten dat ik hier een boek over kon schrijven.

In een map vind ik een kranteninterview met als titel ‘Een cowboy in de geestelijke gezondheidszorg. Eerstelijnspsycholoog Frits Bosch stopt met regelwerk’ en in een verslag van mijn lagere school lees ik: ‘Dictees zijn vaak onvoldoende. Het is ons niet duidelijk, of hier sprake is van een lichte mate van woordblindheid’.

Ik vind ook een aantal uitgeschreven behandelingsverslagen, maar Stella is daar niet zo enthousiast over: ‘Het is veel interessanter voor de lezer als je dialogen schrijft.’ Zij raadt mij aan om een schrijfcoach te nemen en via Marjon Sarneel kom ik in contact met Marije Onstenk.

Te ‘vertellerig’, teveel ‘en toens’ lees ik in haar eerste feedback op een paar gestuurde hoofdstukken. Tot mijn schaamte zie ik ook veel taalcorrecties zoals ‘ík word’ in plaats van ‘ik wordt’.

‘Dat is niet zo erg,’ stelt Marije mij gerust. ‘Beschrijf meer je gevoel bij ingrijpende gebeurtenissen en maak de titels van je hoofdstukken meer pakkend. Bij dialogen mag je meer lichaamstaal benoemen en wees consequent in het gebruik van verleden en tegenwoordige tijd,’ spoort Marije mij aan.

De titel van het boek heb ik intussen veranderd in Psychologie dichter bij de mensen. Vervolgens ben ik wekenlang mijn werkkamer niet meer uit te slaan en produceer het ene hoofdstuk na het andere. De teksten gaan over mijn praktijk maar ook over mijn ‘wilde’ studententijd en nog veel meer, best intiem.

‘Wat ontzettend leuk om te zien hoe je vanaf hoofdstuk twee veel vloeiender en verhalender schrijft. Het leest prettig en het is interessant waardoor ik door wil lezen. Goed gedaan! Je zet de personen veel natuurlijker neer doordat je ze in hun omgeving zet, lichaamstaal meeneemt,’ complimenteert Marije mij.

Drie maanden later heb ik ruim tweehonderd bladzijden geschreven met vijfentwintig cliëntcases, autobiografisch materiaal en landelijke GGZ-ontwikkelingen.
Marije weet nu meer over mij dan mijn meeste vrienden: ‘Je hebt mij veel inspiratie gegeven en daar ben ik je erg dankbaar voor,’ mailde ik naar Marije. ‘Met Stella had ik al eerder afgesproken dat ik zou gaan voor een publieksboek en dat zij mij eventueel kan introduceren bij een uitgever’.

Maar al snel sta ik weer met beide benen op de grond. Stella vindt dat ik zeker ben gegroeid in mijn schrijverschap maar heeft veel inhoudelijke op- en aanmerkingen. Zij adviseert mij om een deel van de autobiografische teksten te schrappen. Gelukkig heeft Marije mij hiervoor gewaarschuwd in haar laatste mail: ‘Een verhaal is nooit echt af, er kan altijd meer bij, er kan altijd verder aan geschaafd worden.’ Dat klopt helemaal, dat geldt zelfs voor deze gastblog!

BIOGRAFIE

Frits_Bosch_profiel_foto-300x276Gz-Psycholoog Frits Bosch is in 2017 gestopt met zijn eerstelijnspraktijk en is nu actief als beleidsadviseur, supervisor, schrijver en bassist. Hij heeft opleidingservaring als praktijkopleider en werkbegeleider. Daarnaast heeft hij zitting gehad in besturen, commissies en werkgroepen van landelijke en regionale verenigingen van psychologen. Hij heeft vanaf 1980 actief de ontwikkelingen binnen de eerste lijn en generalistische Basis-GGZ gevolgd en is door veel kranten en vakbladen geïnterviewd. Ook heeft hij veel artikelen en blogs geschreven waarin hij zich opwierp als een kritisch volger van industriële ontwikkelingen in GGZ. In 1990 ontving hij de NIP-onderscheiding voor bijzondere verdiensten aan de beroepsuitoefening van de psychologie en in 2006 was hij redactielid van het Handboek Psychologie in de eerste lijn. In 2011 heeft hij meegewerkt aan een protestclip tegen de bezuinigingen van Minister Schippers in de eerstelijns-GGZ.

Momenteel is hij druk bezig met een boek met de werktitel: Psychologie dichter bij de mensen.

Je kunt Frits Bosch en de ontwikkelingen rond dit schrijfproces volgen via LinkedIn, zijn website en/of via Twitter.

Het plan

Ken je dat? De ideeën komen opborrelen, je hebt een verhaal dat verteld moet worden en gaat schrijven. Easy-peasy, als je maar tijd genoeg hebt om te schrijven, toch?

Je kunt dan natuurlijk gewoon gaan zitten en schrijven. Dat gaat vast wel een aantal bladzijden goed, maar er komt een moment dat je even niet meer weet hoe je verder moet. Of dat moment komt niet, maar de lezer blijkt het verhaal toch niet zo goed te kunnen volgen en legt het opzij…

Het is, net als bij veel andere dingen, erg belangrijk om hier een plan over te hebben: een schrijfplan. Sommige schrijvers kiezen ervoor zo’n plan heel gedetailleerd uit te werken, met biografieën van personages en scènekettingen. Honderden sticky notes hangen ze aan de muur, bestanden vol staan op hun computer, notitieblokjes vol goeie ideeën slingeren overal.

Andere schrijvers hebben alleen het begin en eind van het verhaal in hun hoofd, werken grofweg de belangrijkste personages uit en gaan aan de slag. Ze vullen tijdens het schrijven de verhaallijn en de bio’s van hun personages verder aan.

Hoe je het precies aanpakt is denk ik niet zo belangrijk, dat is meer een kwestie van persoonlijke stijl of voorkeur. Misschien moet je zelfs nog ontdekken welke aanpak voor jou het beste werkt? Mij maakt het niet uit, ik help graag om meer structuur aan te brengen in je verhaal of in het schrijfproces. Want gewoon maar gaan zitten en schrijven – en dan tot een goed resultaat komen – dat is echt maar voor een enkeling weggelegd!

Zou je ondersteuning willen bij het maken van een schrijfplan? Daarvoor bied ik korte, betaalbare schrijfcoachsessies. Of kijk ook eens bij mijn korte cursus over het creëren van personages.

 

Schrijfblokkades

Het ‘writer’s block’ is eigenlijk een verzamelnaam voor verschillende soorten schrijfblokkades en aan de meeste daarvan is heel goed wat te doen. Hieronder een aantal tips:

Ben je lekker aan het schrijven, maar zit je ineens vast? Geen idee hoe het verhaal verder moet?

  • Leg het manuscript even opzij en schrijf eens een stukje vanuit een ander perspectief, een ander personage. Zo leer je ook de minder belangrijke personages goed kennen en dat komt het verhaal ten goede. Maar misschien merk je ook wel dat het verhaal beter verteld kan worden vanuit een ander personage.
  • Lees een stukje (hardop) terug, ga wat bijschaven daaraan. Op die manier kom je weer goed in je verhaal en soms raak je daardoor vanzelf weer in de schrijfflow.
  • Ga “in discussie met je personages”, ook buiten het verhaal om. Bedenk ook hoe zij in bepaalde (dagelijkse) situaties zouden reageren.

Helemaal geen idee waar je over moet schrijven?

  • Schrijf korte verhalen als oefening. Voor ideeën: kijk om je heen, zoek naar schrijfoefeningen online (hier staan er een paar). Misschien is zo’n kort verhaal wel het begin van een veel langer verhaal! En zo niet: dan heb je straks niet alleen een prachtige verzameling korte verhalen, maar heb je ook het schrijven weer ‘getraind’.
  • Ga een dagje op stap (met OV, lekker op een terrasje zitten, naar een museum, attractiepark, etc.). Observeer mensen, luister naar ze en bedenk achter de meest interessante persoon van die dag een verhaal.
  • Doe met iemand een brainstormsessie; probeer zonder enige terughoudendheid om de beurt te komen met interessante plotideeën, verhaalwendingen, personages. Alles mag. Maak aantekeningen!

Heb je juist ontzettend veel ideeën, maar is niets interessant of blijvend genoeg om op door te gaan?

  • Schrijf om te beginnen alle ideeën op. Wie weet later…
  • Kies 2-3 van je verhaalideeën uit en begin te schrijven (een A4-tje vol en je hoeft niet bij het begin te beginnen!). Het lijkt veel werk, maar daarna weet je en heb je veel meer.

Heb je zelf last van schrijfblokkades (gehad) en misschien een paar goede tips om er weer uit te komen? Je kunt je ervaringen en tips hieronder kwijt.

Schrijftijd inplannen

Ik schreef er al eerder over…  Neem je schrijven serieus! Plan schrijftijd in. Echt, ik zie zo vaak dat alles en iedereen voorrang krijgt boven schrijven. Natuurlijk, met een druk leven kun je niet uren per dag op je zolderkamertje gaan zitten schrijven. Maar dat is sowieso een nogal geromantiseerd beeld van de schrijver. De meeste schrijvers hebben naast het schrijven gewoon een baan om de rekeningen te kunnen betalen, want met het schrijven (in elk geval van fictie) verdien je over het algemeen (natuurlijk zijn er uitzonderingen!) niet zo veel.

Ik dwaal af… Schrijftijd. Inplannen. Pak gewoon je agenda en block een uur (of meer) per week. Dat uur gaat sociale media uit, telefoon uit, deurbel uit, partner en/of kinderen uit. En schrijven maar! Heb je daar thuis toch de rust niet voor? Wat dacht je van een uurtje schrijven in de bibliotheek? Een café, een park, desnoods sluit je je op in de badkamer.

Stok achter de deur

Meelezers zijn altijd een goede stok achter de deur. Net als afspraken met andere schrijvers (‘zeg, zullen we deze week allebei voor 2500 woorden gaan?’). Je kunt jezelf natuurlijk ook belonen in de vorm van bijvoorbeeld chocola of whisky (of beide, lekker!) als je een bepaald aantal woorden gehaald hebt. Of… neem een schrijfcoach! Ik heb al menig schrijver aan het schrijven gekregen.

Proefpersoon voor schrijfcursus

Gezocht

Een proefpersoon. Een schrijflustig slachtoffer. Iemand die wat hulp kan gebruiken met het vinden en neerzetten van personages. In mijn nieuwe cursus ‘Personages’ leer je in drie lessen met behulp van overzichtelijke stukjes theorie en schrijfoefeningen hoe je goed uitgewerkte personages neerzet in je verhaal. Op de schrijfoefeningen krijg je uiteraard feedback van mij.

Gratis

En er is één schrijver, proefpersoon, slachtoffer die deze korte cursus helemaal gratis mag maken, inclusief feedback op de ingezonden opdrachten.

Meld je meteen aan (de eerste aanmelder heeft prijs!) en start direct!

Verwacht ik wat terug?

Nou ja, een beetje wel… Ik wil in ruil wel graag feedback op de cursus: wat vond je ervan, heb je er daadwerkelijk wat van geleerd, wat kan beter, wat mis je? Als je die vragen aan het einde van de cursus voor me wilt beantwoorden, ben ik een heel blij mens!

Wacht nog even!

Ben je niet de eerste, maar wil je wel graag deze cursus doen? Dan krijg je 10 euro korting als je tussen 15 augustus en 15 september 2017 met de cursus start! De cursus ‘Personages’ kost jou dan niet 49,95 maar 39,95.

Schrijfregelgeneuzel

Naast talloze spellingsregels (daar heb je uiteindelijk een redacteur voor, laat tijdens het schrijven vooral lossss…) heb je als schrijver met vele schrijfregels te maken.

Een paar daarvan zijn: ‘show. don’t tell’, geen perspectiefwisselingen tussendoor, afwisseling van zinsbouw en lengte van de zinnen, vermijd cliché’s, niet te veel uitleggen (de lezer is niet dom) en ook niet te weinig (de lezer kan niet in je hoofd kijken), gebruik alle zintuigen tijdens het schrijven, zowel van jezelf als van je personages, vergeet het conflict niet (!!! ja, ook mij is dat weleens overkomen…), doe voldoende research, zorg dat de feiten kloppen of ten minste aannemelijk zijn. En zo kan ik wel even doorgaan.

Poeh!

Je zou er moe van worden. Maar ja, schrijven is natuurlijk ook hard werken en het is slechts een enkeling gegeven dat het bijna vanzelf gaat…

Al die regels, moet dat nou echt?

Mijn advies is altijd: leer de regels, maar durf er ook van af te wijken. Ontwikkel je eigen stijl en durf daarbij origineel te zijn. Dol op ‘mooischrijverij’? Doen! Maar wees daar dan consequent in. Gek op perspectiefwisselingen? Doen! Maar voor alles geldt: doe het bewust en hou het wel leesbaar. Alsjeblieft! Want een boek waarin om de anderhalve regel van perspectief gewisseld wordt, waarin ik ieder derde woord in een woordenboek moet opzoeken, waarin elke handeling en gedachte uitgebreid uitgelegd wordt, leg ik al vrij snel aan de kant. En met mij een boel andere lezers.

Raak je in de knoop met al die regeltjes? Twijfel je of je verhaal nog wel leesbaar is? Ik begeleid je graag tijdens het schrijven van je manuscript (van begin-tot-eind of losse sessies van een uur). Ook kun je bij mij terecht voor het redigeren van je boek.

Lees ook mijn gastblog op Online Schrijfschool Marjon Sarneel over de meerwaarde van een schrijfcoach.