Minicursussen

Omdat al meerdere schrijvers geïnformeerd hebben naar mijn cursusaanbod, zet ik hier even een rijtje neer met minicursussen die ik aanbied/binnenkort aan kan bieden.

Elke cursus bestaat uit drie lessen met korte stukken theorie en schrijfoefeningen waar je persoonlijke feedback op krijgt. Vanwege de persoonlijke begeleiding zijn de cursussen zowel voor beginners als ervaren schrijvers geschikt. Elke cursus kost 47,19 euro. Wil je je aanmelden of wat meer informatie over een specifieke cursus? Mijn e-mailadres vind je op het contactformulier.

Cursussen waar je direct mee zou kunnen starten zijn:

Vertelperspectief I
Personages

Met de volgende cursussen kun je vanaf 1 januari 2020 starten:

Show and tell
Dialogen schrijven
Verhaallijn uitzetten
‘Hoe kom ik uit mijn schrijfblokkade/writersblock’

Deze cursussen zijn in de maak:

Korte Verhalen schrijven
Flaptekst en synopsis schrijven
Schrijven voor kinderen
Bundel Schrijfoefeningen – geen cursus, wel persoonlijke feedback
Vertelperspectief II

Let op: de startdata gelden bij inschrijven op dit moment. Bij drukte kan het zijn dat je pas later kunt starten.

Mocht je belangstelling hebben voor een cursus die nog in de maak is, geef dat vooral even aan, dan krijgt die cursus eventueel voorrang.

Ga naar mijn nieuwe website:
confrontaal.nl

Perspectiefwisselingen

Wat ik vaak tegenkom in manuscripten, zijn onbedoelde wisselingen van vertelperspectief. Soms maar heel subtiel. Zo’n perspectiefwisseling kan de lezer even uit het verhaal tikken en als het vaak voorkomt, kan het echt storen.

Let erop dat als je vanuit een bepaald personage schrijft, je alleen kunt schrijven wat dat personage voelt, denkt, ruikt, hoort, weet, ziet, interpreteert. Kortom: je kunt alleen de zintuigen van dat personage gebruiken. Wat achter zijn rug of in het hoofd van een ander gebeurt, weet het personage niet en kun je dus niet vanuit hem vertellen.

Voorbeeld:

‘Jij ook altijd met je gezeik!’ zei Jan. Diep in zijn hart wist hij wel dat ze er niets aan kon doen, dat ze het moeilijk had en daardoor zichzelf niet was. Maar hij had nu even geen zin om daar rekening mee te houden. ‘Stom kind!’ Hij draaide zich om en beende weg. Zijn zus stak haar tong uit naar hem uit, wat kon dat joch irritant zijn!

In dit stukje ligt het perspectief bij Jan. Dat kun je zien aan wat hij diep in zijn hart weet, dat is iets dat zijn zus niet kan zien/voelen, dus het perspectief ligt niet bij haar. Dat zijn zus haar tong naar hem uitsteekt, zou hij eventueel nog kunnen zien (niet waarschijnlijk, want hij beent weg), maar daarna komt een gedachte van haar: wat kon dat joch irritant zijn. Jan kan niet zien dat ze dat denkt, ze spreekt het ook niet hardop uit, dus horen kan hij het ook niet. Daar zit dus een perspectiefwisseling van Jan naar zijn zus.

Deze perspectiefwisseling kun je er heel makkelijk uit schrijven:

‘Jij ook altijd met je gezeik!’ zei Jan. Diep in zijn hart wist hij wel dat ze er niets aan kon doen, dat ze het moeilijk had en daardoor zichzelf niet was. Maar hij had nu even geen zin om daar rekening mee te houden. ‘Stom kind!’ Hij beende weg en toen hij zich nog even naar zijn zusje omdraaide, zag hij haar uitgestoken tong. Hoofdschuddend liep hij naar de deur. Ze vond hem vast irritant, dat was dan maar zo.

Toch is een perspectiefwisseling zeker niet altijd storend. Als de lezer heel subtiel, heel kort in het hoofd van een ander personage kan kijken, kan het  een verhaal juist extra diepte geven. Dus net als bij alle andere schrijfregels geldt ook hier: leer het regeltje, wees je bewust van wat je doet (en waarom je het doet) en zoek dan je eigen weg. Er is maar weinig echt fout bij schrijven.

Wil je graag het hele verhaal vanuit meerdere perspectieven vertellen, voegt een ander perspectief echt iets toe aan het verhaal? Kies dan bijvoorbeeld voor een ‘meervoudig personaal perspectief’, daarbij wissel je aangekondigd (vaak per hoofdstuk) van perspectief. Ook het inmiddels ietwat ongebruikelijke ‘alwetende perspectief’ is een manier om vanuit meerdere gezichtspunten een verhaal te vertellen.

Wil je meer weten over de meest voorkomende vertelperspectieven? Meld je dan aan voor de minicursus Vertelperspectieven. In deze cursus leer je de kenmerken van het ‘alwetend perspectief’, het ‘personaal perspectief’ (hij/zij) en het ‘ik-perspectief’. Natuurlijk ga je vooral ook zelf oefenen met schrijven in deze perspectieven en krijg je persoonlijke feedback. De cursus kost 47,19 (3 lessen + feedback). Aanmelden kan door mij een berichtje te sturen.

Ga naar mijn nieuwe website:
confrontaal.nl

De personages praten niet als echte mensen – deel 1

Gastblog Leonardo Pisano

Ter gelegenheid van de dialoogschrijfwedstrijd Pennen met Mosterd die uitgeverij Ambilicious organiseert in samenwerking met Leonardo Pisano bespreekt Leonardo als gastblogger de meest voorkomende kritiekpunten en tekortkomingen, en tips en trucs om die te verhelpen in een serie van acht blogs. De blogs verschijnen bij toerbeurt op een andere schrijverssite. Op http://www.schrijflantaarn.nl verscheen in juli reeds een interview met Leonardo en Inanna van de Berg van uitg. Ambilicious.
Confrontaal bijt de spits af met De personages praten niet als echte mensen – deel 1.


Confrontaal zit niet alleen in de jury van deze wedstrijd, maar biedt ook een leuke prijs: de minicursus Personages!


De belangrijkste sta-in-de-weg voor realistische dialogen is dat schrijftaal netter en formeler is dan spreektaal. Veel schrijvers vinden correct taalgebruik belangrijk en verfoeien onafgemaakte zinnen, grammaticaal onjuiste constructies en gebruik van vulgarismen. Je zult over je schaduw heen moeten springen, je interne criticus de mond moeten snoeren.

  • Luisteren naar hoe mensen praten is de sleutel. Ga met een notitieblok de straat op of neem gesprekken op met je smartphone. Luister naar de mensen om je heen, je vrienden, je collega’s, je familie, vreemden in de bus, mensen die je niet mag, in de supermarkt, wat dan ook. Luister naar hoe je zelf praat. Luister naar kinderen, ouderen en tieners. Luister naar mensen uit een ander sociaal milieu, naar mensen die een andere etnische achtergrond hebben en naar mensen die geboren en getogen zijn in een bepaalde stad of regio. Luister naar de manier waarop mensen met elkaar praten: mensen die elkaar niet kennen, mensen die sterk bevriend zijn, volwassenen met kinderen, etc. Noteer wat je kunt en schrijf uit wat je hebt opgeschreven of genomen. Door losse aantekeningen of opgenomen fragmenten uit te schrijven ontwikkel je een gevoel voor ritme, intonatie en stemverbuigingen, cadans, tempo en rustmomenten, vocabulaire, zinsbouw en grammatica van realistische gesprekken.
  • Dialogen voor filmscripts zijn gewoonlijk goed doordacht en sterk. Het verdient zeker aanbeveling filmscripts te lezen en te analyseren, maar probeer niet de geesteskinderen van andere schrijvers te kopiëren. Het grootste nadeel is dat deze dialogen door beelden en lichaamstaal worden ondersteund, en juist dat is de handicap bij het schrijven van dialogen in fictieverhalen. Luister daarom naar verhalen met dialogen op de radio.
  • Lees dialogen uit verhalen die je mooi vindt hardop. Net als met uitschrijven van notities helpt de fysieke arbeid je intuïtie te trainen voor wat werkt en wat niet.
  • Analyseer en vergelijk gesproken teksten die je aanspreken. Een verrassend woord, een originele zin, een onverwachtse reactie. Ga na, waarom het zijn truc doet. Bedenk hoe jij het zou hebben gezegd en vergelijk de twee varianten.
  • Als je iets hoort dat met emotie is omfloerst – mededogen, angst, haat, jaloezie, woede, tederheid, etc –, ga dan na hoe dezelfde woorden anders zouden klinken of overkomen als ze zouden worden uitgesproken zonder die emotie.

Doe mee met Pennen met Mosterd! Voor reglement, prijzen en overige details over de wedstrijd: zie http://www.ambilicious.nl/pennenmetmosterd. Volg Leonardo’s blogs om je dialogen nóg beter te maken. De volgende blog van Leonardo, De personages praten niet als echte mensen – deel 2, zal verschijnen in week 35 op https://www.nelgoudriaan.com/

Gastblog Frits Bosch

Praktijk van een bevlogen psycholoog is de titel die schrijfster Stella Braam voor mijn boek had bedacht. Begin jaren tachtig ben ik gestart met een eerstelijnspraktijk en heb daarna in zesendertig jaar rond de vierduizend mensen met psychische problemen begeleid. Nadat ik ben gestopt, tuurde ik in mijn archiefruimte met stapels cliëntendossiers, krantenknipsels, artikelen, interviews, dozen met foto’s, brieven en schoolrapporten. Op dat moment kwamen mijn eerste gedachten dat ik hier een boek over kon schrijven.

In een map vind ik een kranteninterview met als titel ‘Een cowboy in de geestelijke gezondheidszorg. Eerstelijnspsycholoog Frits Bosch stopt met regelwerk’ en in een verslag van mijn lagere school lees ik: ‘Dictees zijn vaak onvoldoende. Het is ons niet duidelijk, of hier sprake is van een lichte mate van woordblindheid’.

Ik vind ook een aantal uitgeschreven behandelingsverslagen, maar Stella is daar niet zo enthousiast over: ‘Het is veel interessanter voor de lezer als je dialogen schrijft.’ Zij raadt mij aan om een schrijfcoach te nemen en via Marjon Sarneel kom ik in contact met Marije Onstenk.

Te ‘vertellerig’, teveel ‘en toens’ lees ik in haar eerste feedback op een paar gestuurde hoofdstukken. Tot mijn schaamte zie ik ook veel taalcorrecties zoals ‘ík word’ in plaats van ‘ik wordt’.

‘Dat is niet zo erg,’ stelt Marije mij gerust. ‘Beschrijf meer je gevoel bij ingrijpende gebeurtenissen en maak de titels van je hoofdstukken meer pakkend. Bij dialogen mag je meer lichaamstaal benoemen en wees consequent in het gebruik van verleden en tegenwoordige tijd,’ spoort Marije mij aan.

De titel van het boek heb ik intussen veranderd in Psychologie dichter bij de mensen. Vervolgens ben ik wekenlang mijn werkkamer niet meer uit te slaan en produceer het ene hoofdstuk na het andere. De teksten gaan over mijn praktijk maar ook over mijn ‘wilde’ studententijd en nog veel meer, best intiem.

‘Wat ontzettend leuk om te zien hoe je vanaf hoofdstuk twee veel vloeiender en verhalender schrijft. Het leest prettig en het is interessant waardoor ik door wil lezen. Goed gedaan! Je zet de personen veel natuurlijker neer doordat je ze in hun omgeving zet, lichaamstaal meeneemt,’ complimenteert Marije mij.

Drie maanden later heb ik ruim tweehonderd bladzijden geschreven met vijfentwintig cliëntcases, autobiografisch materiaal en landelijke GGZ-ontwikkelingen.
Marije weet nu meer over mij dan mijn meeste vrienden: ‘Je hebt mij veel inspiratie gegeven en daar ben ik je erg dankbaar voor,’ mailde ik naar Marije. ‘Met Stella had ik al eerder afgesproken dat ik zou gaan voor een publieksboek en dat zij mij eventueel kan introduceren bij een uitgever’.

Maar al snel sta ik weer met beide benen op de grond. Stella vindt dat ik zeker ben gegroeid in mijn schrijverschap maar heeft veel inhoudelijke op- en aanmerkingen. Zij adviseert mij om een deel van de autobiografische teksten te schrappen. Gelukkig heeft Marije mij hiervoor gewaarschuwd in haar laatste mail: ‘Een verhaal is nooit echt af, er kan altijd meer bij, er kan altijd verder aan geschaafd worden.’ Dat klopt helemaal, dat geldt zelfs voor deze gastblog!

BIOGRAFIE

Frits_Bosch_profiel_foto-300x276Gz-Psycholoog Frits Bosch is in 2017 gestopt met zijn eerstelijnspraktijk en is nu actief als beleidsadviseur, supervisor, schrijver en bassist. Hij heeft opleidingservaring als praktijkopleider en werkbegeleider. Daarnaast heeft hij zitting gehad in besturen, commissies en werkgroepen van landelijke en regionale verenigingen van psychologen. Hij heeft vanaf 1980 actief de ontwikkelingen binnen de eerste lijn en generalistische Basis-GGZ gevolgd en is door veel kranten en vakbladen geïnterviewd. Ook heeft hij veel artikelen en blogs geschreven waarin hij zich opwierp als een kritisch volger van industriële ontwikkelingen in GGZ. In 1990 ontving hij de NIP-onderscheiding voor bijzondere verdiensten aan de beroepsuitoefening van de psychologie en in 2006 was hij redactielid van het Handboek Psychologie in de eerste lijn. In 2011 heeft hij meegewerkt aan een protestclip tegen de bezuinigingen van Minister Schippers in de eerstelijns-GGZ.

Momenteel is hij druk bezig met een boek met de werktitel: Psychologie dichter bij de mensen.

Je kunt Frits Bosch en de ontwikkelingen rond dit schrijfproces volgen via LinkedIn, zijn website en/of via Twitter.

Het plan

Ken je dat? De ideeën komen opborrelen, je hebt een verhaal dat verteld moet worden en gaat schrijven. Easy-peasy, als je maar tijd genoeg hebt om te schrijven, toch?

Je kunt dan natuurlijk gewoon gaan zitten en schrijven. Dat gaat vast wel een aantal bladzijden goed, maar er komt een moment dat je even niet meer weet hoe je verder moet. Of dat moment komt niet, maar de lezer blijkt het verhaal toch niet zo goed te kunnen volgen en legt het opzij…

Het is, net als bij veel andere dingen, erg belangrijk om hier een plan over te hebben: een schrijfplan. Sommige schrijvers kiezen ervoor zo’n plan heel gedetailleerd uit te werken, met biografieën van personages en scènekettingen. Honderden sticky notes hangen ze aan de muur, bestanden vol staan op hun computer, notitieblokjes vol goeie ideeën slingeren overal.

Andere schrijvers hebben alleen het begin en eind van het verhaal in hun hoofd, werken grofweg de belangrijkste personages uit en gaan aan de slag. Ze vullen tijdens het schrijven de verhaallijn en de bio’s van hun personages verder aan.

Hoe je het precies aanpakt is denk ik niet zo belangrijk, dat is meer een kwestie van persoonlijke stijl of voorkeur. Misschien moet je zelfs nog ontdekken welke aanpak voor jou het beste werkt? Mij maakt het niet uit, ik help graag om meer structuur aan te brengen in je verhaal of in het schrijfproces. Want gewoon maar gaan zitten en schrijven – en dan tot een goed resultaat komen – dat is echt maar voor een enkeling weggelegd!

Zou je ondersteuning willen bij het maken van een schrijfplan? Daarvoor bied ik korte, betaalbare schrijfcoachsessies. Of kijk ook eens bij mijn korte cursus over het creëren van personages.

 

Schrijfblokkades

Het ‘writer’s block’ is eigenlijk een verzamelnaam voor verschillende soorten schrijfblokkades en aan de meeste daarvan is heel goed wat te doen. Hieronder een aantal tips:

Ben je lekker aan het schrijven, maar zit je ineens vast? Geen idee hoe het verhaal verder moet?

  • Leg het manuscript even opzij en schrijf eens een stukje vanuit een ander perspectief, een ander personage. Zo leer je ook de minder belangrijke personages goed kennen en dat komt het verhaal ten goede. Maar misschien merk je ook wel dat het verhaal beter verteld kan worden vanuit een ander personage.
  • Lees een stukje (hardop) terug, ga wat bijschaven daaraan. Op die manier kom je weer goed in je verhaal en soms raak je daardoor vanzelf weer in de schrijfflow.
  • Ga “in discussie met je personages”, ook buiten het verhaal om. Bedenk ook hoe zij in bepaalde (dagelijkse) situaties zouden reageren.

Helemaal geen idee waar je over moet schrijven?

  • Schrijf korte verhalen als oefening. Voor ideeën: kijk om je heen, zoek naar schrijfoefeningen online (hier staan er een paar). Misschien is zo’n kort verhaal wel het begin van een veel langer verhaal! En zo niet: dan heb je straks niet alleen een prachtige verzameling korte verhalen, maar heb je ook het schrijven weer ‘getraind’.
  • Ga een dagje op stap (met OV, lekker op een terrasje zitten, naar een museum, attractiepark, etc.). Observeer mensen, luister naar ze en bedenk achter de meest interessante persoon van die dag een verhaal.
  • Doe met iemand een brainstormsessie; probeer zonder enige terughoudendheid om de beurt te komen met interessante plotideeën, verhaalwendingen, personages. Alles mag. Maak aantekeningen!

Heb je juist ontzettend veel ideeën, maar is niets interessant of blijvend genoeg om op door te gaan?

  • Schrijf om te beginnen alle ideeën op. Wie weet later…
  • Kies 2-3 van je verhaalideeën uit en begin te schrijven (een A4-tje vol en je hoeft niet bij het begin te beginnen!). Het lijkt veel werk, maar daarna weet je en heb je veel meer.

Heb je zelf last van schrijfblokkades (gehad) en misschien een paar goede tips om er weer uit te komen? Je kunt je ervaringen en tips hieronder kwijt.

Schrijftijd inplannen

Ik schreef er al eerder over…  Neem je schrijven serieus! Plan schrijftijd in. Echt, ik zie zo vaak dat alles en iedereen voorrang krijgt boven schrijven. Natuurlijk, met een druk leven kun je niet uren per dag op je zolderkamertje gaan zitten schrijven. Maar dat is sowieso een nogal geromantiseerd beeld van de schrijver. De meeste schrijvers hebben naast het schrijven gewoon een baan om de rekeningen te kunnen betalen, want met het schrijven (in elk geval van fictie) verdien je over het algemeen (natuurlijk zijn er uitzonderingen!) niet zo veel.

Ik dwaal af… Schrijftijd. Inplannen. Pak gewoon je agenda en block een uur (of meer) per week. Dat uur gaat sociale media uit, telefoon uit, deurbel uit, partner en/of kinderen uit. En schrijven maar! Heb je daar thuis toch de rust niet voor? Wat dacht je van een uurtje schrijven in de bibliotheek? Een café, een park, desnoods sluit je je op in de badkamer.

Stok achter de deur

Meelezers zijn altijd een goede stok achter de deur. Net als afspraken met andere schrijvers (‘zeg, zullen we deze week allebei voor 2500 woorden gaan?’). Je kunt jezelf natuurlijk ook belonen in de vorm van bijvoorbeeld chocola of whisky (of beide, lekker!) als je een bepaald aantal woorden gehaald hebt. Of… neem een schrijfcoach! Ik heb al menig schrijver aan het schrijven gekregen.